2. Samen werken aan veiligheid
3. Houvast voor professionals: Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
- Evaluatie van de Meldcode
- Stap 1: Signalen in kaart brengen
- Stap 2: Overleg met collega’s en Veilig Thuis
- Stap 3: Gesprek met de cliรซnt
- Stap 4: Het wegen van huiselijk geweld en kindermishandeling
- Stap 5: Neem twee beslissingen
- Kompas
- Het Vlaggensysteem
- Relatiewijs
5. Wat vraagt dit van de sociale professionals?
- Belang van goede samenwerkingsrelatie tussen cliรซnt en professional
- Naar meer maatwerk voor professionals en gezinnen
1. Introductie
Gezinnen met complexe problemen en kindermishandeling, huiselijk of seksueel geweld krijgen zelden de best passende hulp. Steeds terugkerende kritiek is: de zorg is te gefragmenteerd, de veiligheid wordt onvoldoende gemonitord, waardoor nieuwe signalen niet snel genoeg opgepakt worden, op- en afschaling haperen, gezinsleden moeten te vaak hun verhaal herhalen, en regie en coรถrdinatie ontbreken. Het waren ernstige conclusies van Samenwerkend Toezicht Jeugd in 2015.
Des te meer omdat tussen de 6-11% van de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder te maken heeft met vormen van geweld (zie Factsheet huiselijk geweld, Movisie 2021). Volgens oudere cijfers uit 2010 waren ieder jaar rond de 200.000 volwassenen en 119.000 kinderen slachtoffer van huiselijk geweld of kindermishandeling. Huiselijk geweld en kindermishandeling zijn de meest voorkomende vormen van geweld in Nederland. Van alle vrouwen en mannen tussen de 18 en 70 jaar is 40% – als kind, partner, ouder of huisvriend – ooit slachtoffer geweest van een of meer incidenten van huiselijk geweld, of van incidenten die langer dan vijf jaar geleden hebben plaatsgevonden. Het terugdringen van dit geweld blijkt ontzettend moeilijk en ondanks veel aandacht en inspanning van meerdere partijen is in de afgelopen jaren weinig vooruitgang geboekt.
Sociale (on)veiligheid achter de voordeur
Het begrip sociale veiligheid wordt op verschillende manieren gebruikt door wetenschappers, beleidsmakers en professionals. Heel algemeen wordt het begrip gebruikt als ander woord voor de (on)veiligheidsbeleving van burgers. Dat wil zeggen de mate waarin iemand zich veilig of onveilig voelt en de mate waarin iemand beschermd is tegen ongewenst (of grensoverschrijdend) gedrag van andere burgers (Bruinsma & Bernasco, 2004). Naast sociale veiligheid, ook wel subjectieve veiligheid genoemd, wordt ook gesproken van feitelijke veiligheid, die uitgaat van daadwerkelijke criminaliteit of slachtofferschap.
Dit artikel richt zich op sociale onveiligheid achter de voordeur, onveiligheid in de privรฉsfeer, zoals huiselijk en seksueel geweld en kindermishandeling (HSGKM). Het kan dan gaan om geweld tegen (ex-)partners en/of kinderen, mishandeling en seksueel misbruik binnen het huishouden. Maar ook eergerelateerd geweld, meisjesbesnijdenis en achterlating in het buitenland vallen hieronder, evenals ouderenmishandeling en grensoverschrijdend (seksueel) gedrag jegens cliรซnten.
Sociale wijkteams
Vanaf 2015 spelen sociale wijkteams een belangrijke rol in het signaleren en aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling. In een ย peiling in 2020 onder wijkteams geeft 41% van de gemeenten aan dat de wijkteams in staat zijn huiselijk geweld en kindermishandeling te signaleren en bespreekbaar te maken. Zij hebben รฉรฉn of meerdere mensen die aandachtsfunctionaris zijn. 26% geeft aan dat zij รฉรฉn of meerdere medewerkers in het (wijk)team hebben die gespecialiseerd zijn in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. 10% procent geeft aan dat alle medewerkers in staat zijn om huiselijk geweld en kindermishandeling te signaleren en bespreekbaar te maken, maar dat er geen specialisten zijn op dit gebied.
In de praktijk blijkt nog vaak sprake te zijn van handelingsverlegenheid onder sociale professionals om onveiligheid en grensoverschrijdend gedrag achter de voordeur te signaleren, bespreekbaar te maken en naar aanleiding van vermoedens te handelen. Hoewel er veel kennis, tools en handreikingen beschikbaar zijn over dit thema, is de aanpak veelal gefragmenteerd over verschillende sectoren en beroepsgroepen. Ook is de samenwerking met andere relevante partijen, zoals Veilig Thuis niet altijd duidelijk.
Dit artikel geeft de professional in het sociaal domein een overzicht van de beschikbare kennis en tools die kunnen helpen bij het beter samenwerken, signaleren, praten over en handelen naar sociale onveiligheid in huiselijke kring. Met als doel: vergroten veiligheid achter de voordeur. We beginnen met het beschrijven van de bredere context waarin een landelijk plan van aanpak is gemaakt om huiselijk geweld en kindermishandeling aan te pakken en de samenwerking tussen verschillende partijen te bevorderen. Daarna beschrijven we handvatten voor professionals aan de hand van de verbeterde Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Met dit artikel heb je in รฉรฉn artikel wat Nederland doet om het geweld achter de voordeur terug te dringen.
2. Samen werken aan veiligheid
Het breed ingestoken programma โGeweld hoort nergens thuisโ (GHNT) is een samenwerking tussen gemeenten, het Rijk, partners en professionals. Het is een plan van aanpak om huiselijk geweld en kindermishandeling eerder te signaleren en ervoor te zorgen dat alle partijen weten wat ze moeten doen bij een vermoeden van huiselijk geweld en kindermishandeling. Ook bij twijfel, zo stelt het programma, moet er actie worden ondernomen. Het programma richt zich met allerlei activiteiten op drie actielijnen:
1. eerder en beter in beeld
2. stoppen en duurzaam oplossen en
3. aandacht voor specifieke doelgroepen.
Specifieke doelgroepen zijn: slachtoffers van seksueel geweld, slachtoffers van loverboys, slachtoffers van schadelijke traditionele praktijken, kinderen in kwetsbare opvoedsituaties, slachtoffers van complexe scheidingen en slachtoffers van ouderenmishandeling.
Zowel lokaal als landelijk zijn veel partijen betrokken bij directe en indirecte uitvoering van het programma GHNT. Daarom is er, in opdracht van de VNG en GGD GHOR, een visie op samenwerking opgesteld. De Visie gefaseerd samen werken aan veiligheid beschrijft een aanpak in drie stappen:
1. het organiseren van directe veiligheid
2. het creรซren van stabiele veiligheid en
3. het bevorderen van herstel.
Per stap zijn er punten geformuleerd waarop partijen (professionals en andere betrokkenen) moeten samenwerken. Zo moeten partijen bij stap 1 gezamenlijk een veiligheidsplan opstellen en samen de veiligheid beoordelen.
Tijdig
Vanaf 2015 moeten gemeenten ervoor zorgen dat huiselijk geweld en kindermishandeling op tijd kunnen worden gesignaleerd en besproken. Sociale wijkteams spelen daarin een belangrijke rol en kunnen daarbij zorg- en hulpverlening bieden, samen met andere partners. Ook zijn sociale wijkteams heel belangrijk voor het zorgen voor langdurige veiligheid in gezinnen die Veilig Thuis overdraagt. In veel gemeenten voeren lokale wijkteams deze taken al geruime tijd uit, maar in sommige gemeenten gaat dit nog niet goed. Om gemeenten te helpen bij het bepalen of lokale wijkteams goed toegerust zijn om huiselijk geweld en kindermishandeling te voorkomen, signaleren, bespreken en aan te pakken heeft de VNG in samenwerking met het programma GHNT het Kwaliteitskader Werken aan Veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten opgesteld. In aanvulling op de visie gefaseerde ketenzorg (hierboven beschreven), geeft het kwaliteitskader houvast door voorwaarden te benoemen waaraan het wijkteam moet voldoen. Professionals moeten bijvoorbeeld in staat zijn om te werken met de Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling. Ook moeten de wijkteams over voldoende capaciteit beschikken om zicht te houden op gezinnen die Veilig Thuis overdraagt.
Werken aan kwaliteit
Het kwaliteitskader stelt hoge eisen en competenties aan systeemgericht werken. Uit de praktijk is bekend dat het werken met geweldsproblematiek veel van professionals vraagt. Het vraagt niet alleen kennis en vaardigheden om de verschillende vormen van geweld te signaleren en bespreekbaar te maken, het vraagt ook een grondige en gedeelde visie op (on-)veiligheid in afhankelijkheidsrelaties. Een afhankelijkheidsrelatie is een relatie waarin de ene partij zich in een ondergeschikte positie bevindt ten opzichte van de andere (zie ook kader: Geweld in afhankelijkheidsrelaties).
Ook het systeemgericht werken binnen de aanpak van huiselijk geweld vraagt veel van professionals. Het is belangrijk dat gemeenten en sociale wijkteams de kwaliteit van de uitvoerende professionals monitoren en evalueren en ze daarin ondersteunen om alle verschillende vormen van huiselijk geweld te signaleren en adequaat aan te pakken. Er zijn verschillende mogelijkheden die ingezet kunnen worden om te werken aan kwaliteit, zoals collegiale consultatie, bij- en nascholing, casuรฏstiekbespreking, coaching, super-/intervisie, actieonderzoek, gebruik van bewezen interventies en bijvoorbeeld ontwikkelbijeenkomsten met samenwerkingspartners en cliรซnten.
Meer weten over competenties en tools om met (on)veiligheid aan de slag te gaan?
- Op โKennisbouwstenen voor professionals die integraal werken in de wijkโ (IWW) is per leefgebied, waar veiligheid er een van is, aangeven welke competenties voor wijkteamprofessionals van belang zijn en waar meer informatie en tools te vinden zijn.
- Veiligheid | Wijkteams werken met jeugd reikt diverse tools aan hoe je als jeugdprofessional op verschillende manieren kan bijdragen aan de veiligheid van een kind.
- De Movisie Academie biedt diverse e-learnings over het signaleren en bespreekbaar maken van geweld en mishandeling. Bijvoorbeeld de cursus โPraten over huiselijk geweld kun je lerenโ of โVeilig ouder worden โ Herkennen van oudermishandelingโ.
Voor sociale wijkteams is vooral de samenwerking met Veilig Thuis belangrijk. Sinds 2017 is het aantal meldingen bij Veilig Thuis flink toegenomen, wat voor extra werkdruk bij de organisatie heeft gezorgd. Dit zet ook druk op de samenwerking tussen Veilig Thuis en de wijkteams. De afspraken tussen deze partijen zijn in 2020 onder de loep genomen door onderzoekers van Andersson Elffers Felix (2020). In het rapport is te lezen dat sociale wijkteams en Veilig Thuis grote stappen hebben gezet in het maken van afspraken: beide partijen weten elkaar te vinden. Tegelijkertijd โis het samenwerkingsproces nog pril en daardoor nog broosโ (Duijneveldt & Hoogeboom, 2020, p. 25). Professionals handelen nog niet altijd naar de visie-gefaseerde ketenzorg. De auteurs pleiten dan ook voor โlangdurige investeringen in de professionalisering en deskundigheidsbevordering van de lokale teams op het thema veiligheid. Dit om handelingsverlegenheid om te buigen naar bewust en bekwaam samenspelโ (Duijneveldt & Hoogeboom, 2020, p. 26)
Geweld in afhankelijkheidsrelaties
De term โgeweld in afhankelijkheidsrelatiesโ is typisch Nederlands (Jansen, 2016). Toch weet Jansen uit literatuur enkele belangrijke relaties tussen afhankelijkheid en geweld te destilleren, die inzicht geven in de verschillende manieren waarop afhankelijkheid een trigger kan zijn voor geweld.
1. Afhankelijkheidsrelaties als intergenerationeel doorgeefluik.
2. Geweld als reactie op als knellend of bedreigend ervaren afhankelijkheidsrelaties.
3. Geweld als middel om afhankelijkheidsrelaties in stand te houden.
4. Afhankelijkheidsrelaties als gelegenheidsstructuur.
Preventief
Naast het tijdig signaleren van geweld is preventie ook van belang. Bij preventie gaat het niet alleen om de vraag hoe herhaling van huiselijk geweld en kindermishandeling in de toekomst voorkomen gaan worden. Preventie richt zich zowel op het voorkomen van geweld, het in goede banen leiden van beginnende problemen als op het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling in de toekomst.
Een veel gebruikte indeling in preventie is:
- Primaire, het wegnemen van oorzaken voordat problemen zich voor kunnen doen (beschermend).
- Secundaire, het tijdig signaleren van een probleem door middel van risicofactoren (stabiliserend).
- Tertiaire, het voorkomen van recidive door het tegengaan van negatieve gevolgen of het voorkomen van verergering van problematiek (voorkomend).
Daarbij kan ook nog onderscheid gemaakt worden voor wie je dit doet:
- Universeel, voor iedereen zรณnder bekende risicofactor(en) of probleem, bijvoorbeeld de controle bij het consultatiebureau. Het doel van universele preventie is het voorkรณmen van geweld door veranderingen in kennis, houding en vaardigheden.
- Selectief, voor een doelgroep met een verhoogd risico. Dit impliceert kennis over de meer statische risico- en beschermingsfactoren voor geweld in afhankelijkheidsrelaties. Selectieve preventie kan zowel groepsgericht als individueel worden ingezet, al dan niet gekoppeld aan reguliere zorg (zorggebonden preventie).
- Geรฏndiceerd, voor individuen of gezinnen met problemen.
Bohlmeijer en Cuypers (2001) voegen nog zorggerichte preventie toe. Zorggerichte preventie gaat een stap verder dan geรฏndiceerde preventie. Geรฏndiceerde preventie is voor individuen en gezinnen waar zich eerste signalen voordoen en zorggerichte preventie richt zich op individuen en gezinnen waar zich het probleem in de volle omvang manifesteert en hulpverlening is ingezet. Het doel is om herhaling van geweld te voorkomen en de gevolgen van de problematiek (bijvoorbeeld onveiligheid, angsten of depressieve gevoelens) te beperken of draaglijk te maken (Bohlmeijer & Cuijpers, 2001). In het artikel Vormen van geweldspreventie in afhankelijkheidsrelaties worden bij iedere vorm van preventie voorbeelden van tools genoemd die ingezet kunnen worden.
3. Houvast voor professionals: Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
De meldcode is nodig voor het afwegen van beslissingen. Daarin helpen de stappen en vragen die je kunt stellen, om te kijken of een melding bij Veilig Thuis nodig is. (Aandachtsfunctionaris Huiselijk Geweld en Kindermisbruik werkzaam in een sociaal (wijk)team).
Sinds 2013 zijn alle organisaties werkzaam in het onderwijs, de gezondheidszorg, de kinderopvang, de maatschappelijke ondersteuning en in de jeugdhulp verplicht een meldcode op te stellen, die professionals houvast geeft bij het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling. Door middel van vijf stappen (zie deze figuur) kan een professional met vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling bepalen of het nodig is een melding te maken bij bijvoorbeeld Veilig Thuis. Organisaties mogen de meldcode zelf verder invullen, maar zij zijn verplicht zich te houden aan deze vijf stappen en tevens om kennis en gebruik van de meldcode te stimuleren. Het uiteindelijke doel van de meldcode is huiselijk geweld en kindermishandeling te verminderen door vaker en vroeger te signaleren. Sinds 2019 is er een verbeterde meldcode en is ook het gebruik van afwegingskaders bij stap 4 en 5 verplicht. Die zijn geformuleerd voor verschillende beroepsgroepen in de afwegingskadermeldcode. Sindsdien is ook het melden van een serieus vermoeden bij Veilig Thuis verplicht. En zijn organisaties (MT, directeur, bestuur) verplicht ervoor te zorgen dat medewerkers kennis รฉn deskundigheid hebben.
Evaluatie van de Meldcode
De meldcode is al meer dan 8 jaar van toepassing en is in 2020 geรซvalueerd door ZonMw, Pro Facto en AmsterdamUMC. Zij onderzochten of de verplichte meldcode inderdaad bijdraagt aan het ondersteunen van professionals om geweld in huiselijke kring tijdig te signaleren en adequaat hulp te kunnen verlenen. Zij concludeerden dat de meldcode in vrijwel elke organisatie is ingevoerd. Ook vonden zij dat een aantal gemeenten de meldcode ook breder binnen de organisatie gebruikten. Verder stimuleren de meeste organisaties het gebruik van de meldcode, door bijvoorbeeld trainingen of met รฉรฉn aanspreekpunt. De meeste professionals kennen de meldcode en de wijzigingen in de meldcode per 1 januari 2019. Uitzondering daarop waren de wijkverpleegkundigen. Van hen kende maar 50% de verbeterde meldcode (Ridderbos-Hovingh, et al., 2020).
Over het algemeen zijn professionals tevreden met de meldcode en ervaren ze dat de meldcode hun voldoende ondersteuning geeft bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling (Ridderbos-Hovingh, et al., 2020). Een aandachtsfunctionaris Huiselijk Geweld en Kindermisbruik werkzaam in een sociaal wijkteam geeft aan dat de meldcode houvast geeft bij het maken van belangrijke beslissingen: โDe meldcode is nodig voor het afwegen van beslissingen. Daarin helpen de stappen en vragen die je kunt stellen, om te kijken of een melding bij Veilig Thuis nodig is. Het is echt belangrijk dit te doen als het nodig is: we hebben als sociaal professionals een verantwoordelijkheid naar de cliรซnt, maar ook een juridische verantwoordelijkheid om situaties van onveiligheid te melden.โ
Hieronder bespreken we een aantal belangrijke bevindingen uit het evaluatieonderzoek van de meldcode evenals informatie en tools die beschikbaar zijn voor professionals per stap van de meldcode. Vaak zijn signalen en handreikingen (zoals gesprekstips) ook beschreven in de meldcode van organisaties waar professionals werkzaam zijn. Het laatst ontwikkelde en beproefde ondersteuningsinstrument โKompasโ bundelt diverse handleidingen voor professionals om signalen concreet te maken.
Stap 1: Signalen in kaart brengen
Door de meldcode zijn professionals die op de hoogte zijn van de meldcode over het algemeen zich meer bewust van de signalen, aldus het evaluatieonderzoek (Ridderbos-Hovingh, et al., 2020). Maar voor professionals die geen hulp verlenen (bijvoorbeeld in het onderwijs en de kinderopvang) is het oppikken van signalen moeilijker dan voor hulpverleners. Zo worden er relatief maar heel weinig meldingen aan Veilig Thuis vanuit het onderwijs gedaan. Ook uit andere sectoren blijkt dat professionals niet altijd weten hoe zij signalen van geweld binnen huiselijke kring kunnen herkennen. De onderzoekers hebben 1251 professionals uit verschillende sectoren gevraagd bij welke vormen van huiselijk geweld en/of kindermishandeling de meldcode is toegepast. Daaruit blijkt dat lichamelijk geweld vaker herkend wordt dan psychologisch geweld en kindermishandeling wordt makkelijker gesignaleerd dan ouderenmishandeling, financiรซle uitbuiting en eergerelateerd geweld. Opvallend is dat ondervraagde wijkverpleegkundigen vaker dan professionals in andere sectoren bij financieel geweld de meldcode toepassen (37% tegenover bijvoorbeeld 5% bij jeugdzorginstanties). Zij blijven echter relatief achter bij meldingen van verwaarlozing, lichamelijk en seksueel geweld ten opzichte van professionals van jeugdzorginstanties, jeugdverpleegkundigen en orthopedagogen, maar voorop of op gelijke voet ten opzichte van professionals in de kinderopvang of het onderwijs. Eergerelateerd geweld werd echter voornamelijk door professionals werkzaam bij jeugdzorginstanties (43%) en jeugdverpleegkundigen (10%) gemeld (Ridderbos-Hovingh, et al., 2020).
Om de signalen in kaart te brengen moeten professionals deze eerst herkennen voordat zij aan de meldcode denken. Daarvoor moeten de signalen en de verschillende vormen van geweld bekend zijn bij professionals. De signalenkaart is een handreiking en (online) hulpmiddel om allerlei vormen van huiselijk geweld te kunnen signaleren. Er is ook een papieren versie beschikbaar. Professionals kunnen per doelgroep signalen en risicofactoren bekijken en aanvinken die van toepassing zijn bij een vermoeden. Deze kunnen worden opgeslagen in een interactieve PDF die de gebruiker helpt de stappen van de meldcode verder te doorlopen. Naast algemene tools, zoals de signalenkaart, bestaan er ook een aantal nuttige tools voor specifieke vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling, zoals het signaleren van ouderenmishandeling, schadelijke traditionele praktijken en grensoverschrijdend seksueel gedrag en geweld jegens cliรซnten.
Uit het evaluatieonderzoek van de wet verplichte meldcode bleek dat de verplichte kindcheck – het nagaan of er andere kinderen in het gezin aanwezig zijn en mogelijk risicoโs lopen โ onder stap 1 bij professionals nog te weinig bekend is en weinig gebruikt wordt. Zo ontbreekt bij een kwart van de kinderopvangorganisaties aandacht voor de kindcheck in de meldcode. Tevens gaf maar 8% van de wijkverpleegkundigen aan de kindcheck te kennen. Een vergelijkbare check is in 2019 verplicht gesteld voor artsen die werken met volwassen patiรซnten. Deze mantelzorgverleningscheck moet helpen nagaan of er andere volwassenen zijn in de omgeving van een volwassen patiรซnt die van deze patiรซnt afhankelijk zijn. Door te weinig respons op vragenlijsten konden de onderzoekers hier geen uitspraken over doen. Wel bleek tijdens interviews dat de mantelzorgverleningscheck niet bekend was bij respondenten (Ridderbos-Hovingh, et al., 2020). Over de kindcheck – en dat deze vaak niet goed werkt – is een documentaire gemaakt: Goede moeders – 2Doc.nl
Het evaluatieonderzoek biedt voor deze stap (en andere stappen) nuttige inzichten, maar is zeker niet volledig. Er was sprake van te weinig respons vanuit verschillende beroepsgroepen, zoals het onderwijs, thuiszorg en ouderengeneeskunde om deze verder mee te nemen in de rapportage. Ook zijn de (wijk)agenten niet meegenomen in het onderzoek omdat de politie niet onder de meldcode valt. De politie is wel een belangrijke โmelderโ bij Veilig Thuis en heeft samen met de VNG en het OM afspraken gemaakt over de samenwerking met Veilig Thuis (Ridderbos-Hovingh, et al., 2020).
Stap 2: Overleg met een collega en raadpleeg eventueel Veilig Thuis
Het onderzoek wees uit dat professionals bij stap twee vooral met collegaโs binnen de eigen organisatie overleggen. Maar een kwart van de ondervraagden overlegt met Veilig Thuis. Vaak is het niet bekend dat overleg met Veilig Thuis (anoniem) mogelijk is. Ook speelt de privacy van betrokkenen mee in de afweging van een professional om Veilig Thuis te benaderen voor advies. Of is er angst om de vertrouwensband met de cliรซnt of het gezin te schenden (Ridderbos-Hovingh, et al., 2020).
Het overleg met collega’s is een belangrijke stap van de meldcode. Meestal is het namelijk niet zo zwart-wit dat er duidelijk sprake is van onveiligheid, maar gaat het om vermoedens. ‘Het is belangrijk om je onderbuikgevoelens โ er is iets niet pluis – met je duo of met het hele team te delen. Doordat zij vragen stellen en doorvragen kan je datgene wat je voelt of gezien hebt concreter maken,โ zegt een aandachtsfunctionaris Veiligheid van een sociaal wijkteam. Maar ook buiten de meldcode om wordt overleg met collega’s cruciaal gevonden. Een andere aandachtsfunctionaris van een sociaal (wijk)team vertelt: โSoms worden signalen niet meteen gezien, vooral als er niet meteen sprake is van fysiek geweld. Bijvoorbeeld als we ondervoeding zien waar mantelzorgers betrokken zijn. Dat bespreken we dan met collega’s, informeel of tijdens een casuรฏstiekbespreking. Dan pikken we het vaak alsnog samen op en doorlopen we de stappen van de meldcode.โ
Om professionals te helpen bij het overleg en het verstrekken van informatie over kinderen en volwassenen met wie zij werken, is de app Jeugdconnect ontwikkeld. De gebruiker doorloopt een aantal stappen en de app geeft dan aan hoe mogelijk privacygevoelige gegevens gedeeld mogen worden met andere professionals en instanties als Veilig Thuis en de verwijsindex. Dat is een digitaal hulpmiddel waarmee professionals hun betrokkenheid als gezin kunnen aangeven. Als meerdere professionals dit doen, ontvangen ze elkaars contactgegevens om hulp met elkaar af te kunnen stemmen. Overigens is er voor bevoegde professionals ook verplicht aandacht voor de verwijsindex in de meldcode. Opvallend is dat bijna 60% van de wijkverpleegkundigen in het onderzoek van ZonMw niet bekend was met de verwijsindex. (Ridderbos-Hovingh, et al., 2020)
Stap 3: Gesprek met de cliรซnt
Na overleg met een collega is de volgende stap een gesprek met de betrokken cliรซnt en/of ouders en verzorgers om de signalen te bespreken. Meer dan 60% van de respondenten in het evaluatieonderzoek gaf aan soms belemmeringen te ervaren bij het voeren van dit gesprek. Het gesprek voeren werd als moeilijk ervaren omdat het de vertrouwensrelatie met de client kan verslechteren, het onderwerp moeilijk bespreekbaar is of omdat het gesprek de veiligheid van de client of het kind van de cliรซnt in gevaar brengt. Ook wordt soms gedacht dat het doel van het gesprek is het verkrijgen van toestemming voor het maken van een melding bij Veilig Thuis is. Het gebruik van de termen โverplichte meldcodeโ en โmeldingโ was voor sommige professionals in het onderzoek problematisch: zij gaven aan dat dit vaak wordt opgevat als โverplicht meldenโ bij Veilig Thuis โ wat veel ouders meteen met een uithuisplaatsing associรซren. Sommige professionals geven daarom aan deze woorden bewust niet te gebruiken in gesprekken met betrokkenen (Ridderbos-Hovingh, et al., 2020).
Er zijn ook redenen om direct door te pakken. Een aandachtsfunctionaris van een sociaal (wijk)team vertelt: โBij directe onveiligheid pakken we meteen door. Dat doen we bij tekenen van geweld, maar ook als we niet binnen kunnen komen. Of als we niet door kunnen dringen bij de cliรซnt, deze zich afsluit of als sprake is van agressie. Dit komt eigenlijk nauwelijks voor, meestal alleen na een melding en verzoek van Veilig Thuis om mee te kijken.โ Er gelden specifieke aandachtspunten als er sprake is van (een vermoeden van) eergerelateerd geweld. Zo dient men in deze zaken altijd een deskundige te raadplegen, omdat het collectieve karakter van deze vorm van geweld specifieke expertise vraagt. En indien er een acuut veiligheidsrisico is, wordt een aantal stappen versneld uitgevoerd. De factsheet geeft handvatten hoe te signaleren en te handelen bij (vermoedens van) eergerelateerd geweld volgens de meldcode.
Er zijn verschillende handvatten beschikbaar die professionals kunnen helpen bij het bespreekbaar maken van huiselijk geweld en kindermishandeling. Een daarvan is de training Praten over huiselijk geweld kun je leren. Naast het gesprek aangaan over verschillende vormen van geweld, waaronder ook ouderengeweld en kindermishandeling, behandelt de training de verschillende instanties die je kunt inschakelen voor hulp.
Participatie van kinderen is een belangrijk onderdeel van de meldcode. Het belang van het kind staat voorop en daarbij heeft het kind het recht (volgens het Verdrag van de Rechten van het Kind) dat het betrokken wordt bij belangrijke beslissingen, zijn of haar mening wordt meegewogen en dat zij of hij goed geรฏnformeerd wordt. Daartoe zijn professionals, volgens hetzelfde verdrag, ook verplicht. Om dit te doen, hebben verschillende partijen in opdracht van het ministerie van VWS de handreiking Participatie van kinderen in de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling opgesteld. De handreiking bestaat uit drie kernelementen: het geven van procesinformatie aan kinderen, de visie van kinderen horen en meewegen en kinderen helpen herstellen. Daarnaast bevat de handreiking praktische gesprekstips en handvatten voor de professional. Ook zijn er handreikingen voor het voeren van het gesprek met betrokkenen over veiligheid met opvoeder en kind, huwelijksdwang en achterlating, waarvoor een gesprekskaart beschikbaar is.
Inzet van ervaringsdeskundigen
De inzet van ervaringsdeskundigen kan helpen bij het bespreekbaar maken van vermoedens van onveiligheid. Ervaringsdeskundigen hebben begrip van de situatie en de machteloosheid die een cliรซnt kan voelen. Dit inzicht maakt het mogelijk om te helpen in gesprekken met de cliรซnten, maar het is ook kennis die gedeeld kan worden om van te leren. De eigen ervaring van een ervaringsdeskundige kan expliciet ingezet worden door te vertellen dat ze zelf ook in de situatie hebben gezeten die iemand nu doormaakt. Dit zorgt voor herkenning, erkenning en hiermee een gevoel van verbinding en vertrouwen. Mensen in deze situatie geven aan dat zij makkelijker iets aannemen van iemand die een vergelijkbare situatie heeft meegemaakt. Ze zijn opener over de eigen situatie en hebben meer geloof in een goede afloop. Een ervaringsdeskundige die werkt voor Veilig Thuis vertelt: โIn mijn werk als ervaringsdeskundige bij Veilig Thuis zie ik elke keer weer het positieve effect van werken met ervaringsdeskundigen. Zo riep een pleger van ernstig geweld uit โVeilig Thuis, rot op, wat heb je hier te zoeken. Mijn huis uit!โ. Toen ik vertelde dat ik in hetzelfde schuitje had gezeten en precies wist waar hij het over had, draaide hij om. We hebben twee uur met elkaar gesproken. En binnen een maand een plan opgesteld om duurzame veiligheid te bereiken. Hij zegt nu tegen ons: โWat zijn we toch een goed teamโ.
Stap 4: Het wegen van huiselijk geweld en kindermishandeling
Stap 4 vraagt van de professional een inschatting te maken van de ernst van het huiselijk geweld en kindermishandeling. Sinds 1 januari 2019 moet daarbij een afwegingskader worden gebruikt. Sinds de invoering ervan worden er meer meldingen gedaan bij Veilig Thuis. Het kader biedt vijf vragen (en meerdere subvragen) die de professional kunnen helpen bij het maken van een beslissing om al dan niet een melding te doen bij Veilig Thuis. Is er bijvoorbeeld op basis van stap 1 tot en met 4 een vermoeden van of sprake van acute of structurele onveiligheid? Is de professional in staat hulp te bieden of te organiseren? Het afwegen van deze vragen kan ook in overleg met een collega of Veilig Thuis.
Stap 5: Neem twee beslissingen
Bij stap 5 van de meldcode neemt de professional uiteindelijk twee beslissingen. Allereerst: is melden bij Veilig Thuis nodig? Dat is het geval als er sprake is van acute of structurele onveiligheid. Professionals zijn gevraagd waarom er uiteindelijk geen melding is gedaan. Sommige van deze professionals zijn nog onbekend met de meldcode. Daarnaast zijn professionals bang de vertrouwensband met betrokkenen te schaden (Ridderbos-Hovingh, et al., 2020).
Ook kiezen professionals door hun ervaring met Veilig Thuis ervoor om geen melding te doen: soms duurt het doen en afhandelen van een melding door Veilig Thuis te lang. Ook zorgen lange wachtlijsten ervoor dat Veilig Thuis meldingen niet kan oppakken en een melding terugstuurt of doorstuurt naar het wijkteam. In het geval van ouderenmishandeling aarzelen professionals een melding te maken omdat ze bang zijn het zelfbeschikkingsrecht van betrokkenen te schaden. Al met al blijkt uit het onderzoek dat de samenwerking met Veilig Thuis wisselend wordt ervaren. Het overgrote deel van de professionals ziet de meerwaarde van de samenwerking met Veilig Thuis, maar tegelijkertijd blijkt uit interviews met professionals dat het overdragen van casussen en het terugkoppelen en opvolgen van informatie niet altijd goed gaat. Over de samenwerking met de politie zijn professionals over het algemeen tevreden (Ridderbos-Hovingh, et al., 2020). Daarnaast: kun je als professional hulp bieden of organiseren? Ben je in staat dit te doen, willen betrokkenen hieraan meewerken en leidt dit tot duurzame veiligheid? Als dit niet het geval is, moet er ook een melding worden gedaan bij Veilig Thuis.
Vaak geven mensen in een hulpvraag aan het sociaal (wijk)team al aan dat er sprake is van geweld, maar wil een slachtoffer zelf niet dat er stappen worden ondernomen. Wat doe je dan? Een aandachtsfunctionaris: โEen vrouw met een blauw gezicht vertelde dat er sprake was van geweld, maar wilde zelf niets met de signalen doen. Dat zijn moeilijke dilemma’s: wanneer mensen er zelf niets mee willen doen, terwijl we wel verplicht zijn om een melding te makenโ.
4. Instrumenten
Naast handreikingen en tools die helpen bij verschillende onderdelen van de meldcode, zijn er ook instrumenten beschikbaar die helpen bij het doorlopen van meerdere stappen van de meldcode.
Kompas
In het Kompas worden diverse beschikbare instrumenten en zinvolle vragen aangereikt om professionals te helpen hun vermoedens en signalen concreet te maken. Het ondersteuningsinstrument is digitaal beschikbaar en filtert de instrumenten per specifieke aandachtsgroep. Als een professional vermoedens en signalen heeft van geweld bij ouderen, krijgt zij/hij na een klik op deze groep, vooral de instrumenten te zien die zij/hij kan gebruiken om de vermoedens en signalen over het geweld nader te verkennen. Ook omvat het Kompas een check op risicofactoren en beschermende factoren bij huiselijk geweld. Het is een hulpmiddel voor professionals die werken met mensen van 0 โ 100+. Volgens een aandachtsfunctionaris in een sociaal wijkteam helpt het om te bepalen welke stappen ondernomen moeten worden. โHet is een wegwijzer die helpt om bij een specifiek huishouden te bepalen wat je dan moet doen.โ
Voordeel is dat een professional gericht gebruik kan maken van beschikbare hulpmiddelen voor een bepaalde vorm van geweld en zelf geen research hoeft te doen naar actuele hulpmiddelen. Ook volgt het Kompas de 5 stappen van de meldcode. Het is niet bedoeld als vragenlijst, maar om vermoedens te verkennen en de belangrijkste bevindingen open met de cliรซnt/het gezin te bespreken. De conclusie van eigen waarnemingen en gesprekken kan de professional verwerken in het dossier van het huishouden. Zo vertelt een aandachtsfunctionaris Veiligheid in een sociaal wijkteam over haar ervaringen met het Kompas; โHet Kompas helpt om stapsgewijs signalen langs te lopen om onderbuikgevoelens concreet te maken. Vervolgens kan je bespreekbaar maken wat je ziet. Vermoedens zijn namelijk lastig. Het moet concreet zijn. Wat neem je waar? Waar sta je nog niet bij stil? En ook om te zien wat wel goed loopt. Door het vervolgens bespreekbaar te maken kan je een beweging tot stand brengen om tot verandering te komen.โ
Het Vlaggensysteem
Het Vlaggensysteem is ontwikkeld om professionals te helpen seksueel gedrag te beoordelen en gepast daarop te reageren, het te bespreken met collegaโs, kinderen en jongeren. Het doel is om gezond seksueel gedrag te stimuleren en bij te dragen aan het voorkรณmen en terugdringen van seksueel grensoverschrijdend gedrag onder kinderen en jongeren. Het Vlaggensysteem is sinds 2021 een goed onderbouwde interventie en opgenomen in de databank Effectieve sociale interventies.
In de procesevaluatie (Storms, 2015) geven professionals aan dat het Vlaggensysteem hen helpt om anders naar seksueel gedrag te kijken en te leren hoe je het gesprek over seksualiteit aan kan gaan. Door het gebruik van het Vlaggensysteem kennen professionals de criteria van grensoverschrijdend gedrag beter en kunnen zij beter aangeven of gedrag bij de ontwikkeling hoort (Hevele, Dewaele, & Buysse, 2013).
Het Vlaggensysteem werkt met vier kleuren om gedrag te duiden. De criteria toestemming, vrijwilligheid, gelijkwaardigheid, zelfrespect, passend bij context, leeftijd en ontwikkeling bieden handvatten. De groene vlag staat voor gezond seksueel gedrag. De gele vlag staat voor minder gezond experimenteergedrag of licht grensoverschrijdend gedrag. De rode vlag heeft betrekking op ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag. De zwarte vlag op zwaar seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het gedrag wordt gekoppeld aan een normatieve lijst en krijgt een handelingsperspectief. Hiermee signaleer je niet alleen zorgwekkend of extreem seksueel gedrag, je leert je ook tot dit seksuele gedrag te verhouden en te reageren.
Relatiewijs
Relatiewijs is een methode om (ex-)partnergeweld te duiden en te beoordelen en helpt professionals om zorgvuldig en adequaat te handelen als zij geweld in partnerrelaties vermoeden of tegenkomen. RelatieWijs brengt zowel gezond als grensoverschrijdend gedrag in een relatie in kaart. Geweld in een relatie varieert daarbij in ernst, aard, frequentie en duur. RelatieWijs maakt onderscheid tussen gezond, licht grensoverschrijdend, ernstig grensoverschrijdend en zeer ernstig grensoverschrijdend gedrag. Professionals leren in RelatieWijs hoe zij gedrag moeten duiden en beoordelen, zodat er adequaat gehandeld kan worden. Uitgangspunt daarbij is dat voor de aanpak van (ex-)partnergeweld niet alleen kennis en vaardigheden nodig zijn, maar ook een normstellend kader. Dit is de basis van RelatieWijs en draagt daardoor bij aan een eenduidige attitude en visie op veiligheid en geweld.
5. Wat vraagt dit van de sociaal professionals?
Uit de praktijk is bekend dat het werken met geweldsproblematiek veel van professionals vraagt. Het vraagt niet alleen kennis en vaardigheden om de verschillende vormen van geweld te signaleren en bespreekbaar te maken, maar ook om handvatten hoe hier mee om te gaan. Een professional in een wijkteam, die eerder gezinsvoogd was, vertelt: โDoor mijn werkervaring ben ik niet direct ondersteboven van wat ik tegenkom. Ik weet dat deze situaties zich voordoen. En ik weet ook wanneer iets het maximaal haalbare is. Dan moet je kijken wat je om het kind heen kan zetten om de situatie stabiel en het kind veilig te houden.โ
Signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn soms moeilijk te benoemen en over te dragen. Als professional is het belangrijk om onderbuikgevoelens te delen met collegaโs. Bijvoorbeeld met je duo of binnen het team. Een aandachtsfunctionaris Veiligheid in een sociaal wijkteams zegt daarover: โOm gevoelens en vermoedens concreet te maken, helpt het als een collega die niet in het gezin is geweest kritische en objectieve vragen stelt. Maar ook praktische, zoals heb je de kinderen gesproken?โ
Belang van goede samenwerkingsrelatie tussen cliรซnt en professional
Bij het evalueren van de meldcode hebben jeugdigen hun ervaringen met hulpverlening gedeeld. Zij gaven aan dat de persoonlijke โklikโ met de professional van belang is en dat een hulpverlener snel handelt als de jeugdige aangeeft dat het niet goed gaat thuis (Ridderbos-Hovingh, et al., 2020). We weten ook uit eerdere onderzoeken dat de samenwerkingsrelatie tussen professional en cliรซnt van belang is, evenals de kenmerken van de professionals. Deze relatie wordt versterkt wanneer professionals de zelfregie van de gezinsleden bevorderen en aansluiten bij hun probleembeleving. Belangrijk is het betrekken van de jeugdige zelf gedurende het proces, door ze deel te laten nemen aan overleg, planvoering en uitvoering (Arum, Verweij & Veer, 2018). Het belang van een goede samenwerkingsrelatie, betrekken van alle gezinsleden en hoe je dat als professional vanuit een juiste basishouding doet, wordt ook uitgelegd in de animatie โBasishouding van de integraal werkende professionalโ.
Naar meer maatwerk voor professionals en gezinnen
Het huidige systeem is erg complex en er zijn veel verschillende actoren betrokken bij gezinnen. Al deze actoren hebben te maken met hun eigen verantwoordelijkheden, regels, beleid en protocollen. Dat zorgt ervoor dat het niet altijd duidelijk is voor professionals bij wie zij terecht kunnen. Dan gaat het bijvoorbeeld om de verantwoordelijkheden van het wijkteam en Veilig Thuis. Een aandachtsfunctionaris zegt hierover: โHet is vaak niet duidelijk wat Veilig Thuis met een melding doet. Professionals verwachten vaak dat Veilig Thuis onderzoek inzet en actie onderneemt. Maar dat gebeurt niet altijd en het is vaak niet duidelijk waarom’.
Ook hebben gezinnen te vaak te maken met meerdere instanties en gezichten en krijgen zij niet op tijd passende hulp. Om meer maatwerk mogelijk te maken en het systeem te versimpelen heeft de VNG, samen met het ministerie van VWS en JenV een toekomstscenario kind- en gezinsbescherming laten opstellen. In een Kamerbrief (Dekker & Blokhuis, 2021) leggen zij uit dat het scenario een toekomstbeeld schetst van hoe de kind- en gezinsbescherming er in Nederland uit zou kunnen zien over 5 tot 10 jaar. In dat toekomstscenario staat een lokaal team centraal, bestaande uit de huidige gemeentelijke infrastructuur (sociaal domein) รฉn een lokale of regionale crisisdienst. Lokale teams verlenen hulp en werken nauw samen met nieuwe regionale veiligheidsteams met specialistische kennis op veiligheid en ontwikkelingsbedreiging. De regionale veiligheidsteams voeren dan ook de kinderbeschermingsmaatregelen uit.
Het toekomstscenario is nog geen uitgewerkt plan. Na een consultatieronde en advies van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugbescherming (RSJ) liggen er concrete aanbevelingen van ketenpartners op het scenario. Het kabinet zal daarmee aan de slag gaan en zich moeten buigen over structurele verandering in de aanpak van onveiligheid achter de voordeur.
Bibliografie
- Arum, S. v., Broekroelofs, R., & Xanten, H. v. (2020). Sociale (wijk)teams vijf jaar later: vierde landelijke peiling onder gemeenten (zomer 2019). Utrecht: Movisie.
- Arum, S. v., Verweij, S., & Veer, K. v. (2018). Wat werkt bij integraal werken; cliรซnt en professional. In vertrouwen samenwerken aan een oplossing. Utrecht: IWW.
- Bakker, H. (2016). Wat zijn schadelijke traditionele praktijken? Utrecht: Movisie.
- Bruinsma, G., & Bernasco, W. (2004). De stad en sociale onveiligheid: een state-of-the-art van wetenschappelijke kennis in Nederland. Leiden: Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving Universiteit Leiden.
- Dekker, S., & Blokhuis, P. (2021). Kamerbrief toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Den Haag: Ministerie van Justitie en Veiligheid.
- Duijneveldt, I. v., & Hoogeboom, F. (2020). Samen werken aan een veilig thuis. Den Haag: Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
- Hevele, E. v., Dewaele, A., & Buysse, A. (2013). Het vlaggensysteem als methodiek: Een evaluatie aan de hand van intervention mapping. Gent: Universiteit Gent.
- Jansen, J. (2016). Lectorale rede: Afhankelijkheid en weerbaarheid. Over het complexe en bonte werk van professionals bij de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelataies. Den Bosch: Avans Hogeschool.
- Jeugd, S. T. (2015). Gezinnen met geringe sociale redzaamheid. Utrecht: Samenwerkend Toezicht Jeugd .
- Ridderbos-Hovingh, C., Frederiks, B., Veen, C., Tingen, A., Beukers, M., Geertsema, J., Winter, H. (2020). Evaluatie wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Den Haag: ZonMw.
- Storms, O. (2015). Vlaggensysteem. Procesevaluatie onder jongeren. Utrecht: Movisie.
Auteurs: Silke van Arum, Romy Santpoort, Annelies Kooiman en Nelleke Westerveld
december 2021